Stompwijker Cees Juffermans deed als shorttracker twee keer mee aan de Olympische Winterspelen: in 2002 in Salt Lake City en in 2006 in Turijn.

Nu is hij opnieuw bij de Winterspelen in Italië, ditmaal als analist voor de NOS. Midvliet sprak hem over zijn herinneringen aan toen en zijn ervaringen van nu.

Terugkijkend op zijn eigen olympische deelname hoeft Juffermans niet lang na te denken. ‘Daar kan ik een boek over schrijven. Mooie dingen, ook hele mooie dingen. Het is natuurlijk sowieso heel bijzonder.’ Toch zit de grootste waarde voor hem niet alleen in de wedstrijden. ‘Het traject naar de Spelen toe is misschien nog wel mooier dan zo’n wedstrijd zelf. Het feit dat je je kwalificeert en mee mag lopen, dat is iets wat je heel graag wilt. Wedstrijden rijden, dat is eigenlijk wat ik het meeste mis.’

Volgens Juffermans zijn het vooral de trainingen en de weg ernaartoe die hem zijn bijgebleven. ‘De wedstrijden zelf zijn natuurlijk bijzonder, maar de realiteit is ook dat dat niet altijd de mooiste wedstrijden zijn. Soms zijn normale World Cup-wedstrijden sportief gezien mooier. Maar het was een hele bijzondere tijd en tot op de dag van vandaag ben ik trots dat ik twee keer heb meegedaan.’

Verschillen tussen de Spelen
De Winterspelen van Salt Lake City en Turijn verschilden flink van elkaar. ‘Ze vonden allebei op een ander continent plaats, maar dat verschil merk je als rijder niet zo heel erg.’ De voorbereiding was wel anders. ‘Voor Salt Lake City vertrok ik bijna twee maanden van tevoren naar Noord-Amerika, eerst naar Canada om te trainen. Dat had te maken met de hoogte. In Turijn zaten we eerst op trainingskamp in Duitsland en reisden we daarna door naar Italië.’

Als sporter ben je daar volgens hem nauwelijks mee bezig. ‘Je zit in je eigen cocon. Je reist sowieso drie keer de wereld rond in een jaar, dus dat wordt heel makkelijk.’

Spelen zonder centraal olympisch gevoel
Nu is Cees in Milaan, waar onder meer het shorttrack, langebaanschaatsen, kunstrijden en ijshockey worden gehouden. Toch is er geen sprake van één centrale olympische plek waar alle sporten samenkomen. Veel andere onderdelen vinden plaats in de Alpen, op aanzienlijke afstand van de stad. Zo worden de ski- en snowboardonderdelen, het biatlon en het langlaufen afgewerkt in berggebieden die uren reizen van Milaan verwijderd liggen.

Die geografische spreiding heeft volgens Juffermans invloed op de beleving. ‘Er is hier niet een enorme olympische sfeer. Het is heel erg verspreid. De bergen liggen ver hier vandaan. Het ijshockey, shorttrack, schaatsen en kunstrijden zijn in Milaan, de rest is ver buiten de stad. Dat olympische gevoel van één plek waar alles samenkomt, dat is er hier niet.’

Sportief gezien maakt dat voor hem echter weinig uit, want op het ijs gebeurt iets bijzonders. ‘Als je inzoomt op mijn sport, dan is het echt ongekend wat het Nederlandse team hier laat zien. Niet één, niet twee, niet drie, maar vier keer goud. We zijn nog niet eens aan het einde van alle afstanden.’

Volgens Juffermans is nu al sprake van een historisch toernooi voor Nederland. ‘Hier is al geschiedenis geschreven en de kans dat het sprookje nog mooier wordt, is echt aanwezig.’

Analist bij de NOS
Tijdens deze Spelen is Juffermans actief als analist. ‘Ik geef eigenlijk geen commentaar, maar doe de analyse. Tussendoor staan we daar met Jorien ter Mors en dan analyseren we de races: hoe iemand beweegt, hoe hij loopt, hoe hij zijn handen houdt. Gewoon duiden wat we hebben gezien.’

Dat is anders dan eerder in zijn mediacarrière. ‘Bij eerdere Spelen deed ik radiocommentaar en beschreef ik echt de races. Dit is anders, maar het is heel mooi om te doen. Ik heb zelf Olympische Spelen gereden en ben nu nog steeds betrokken, maar op een hele andere manier. Ik sta heel dicht bij de sport die ik zo liefheb en dat doet me hartstikke goed.’

Luister het hele gesprek met Cees Juffermans terug in deze podcast van Midvliet Actueel.

Door: Karin van der Spek
Foto: Cees Juffermans bij de Winterspelen in 2022 (bron Facebook Cees Juffermans)